Daniel Cross
Daniel Cross (Melbourne, 1969) studeerde slagwerk aan de conservatoria van Groningen en Utrecht bij Johan Faber en Robert van Sice. Hij maakte de eindexamenvoorstellingen Videodrumming (1994) en Schuivende Lading(1996). Verder is hij als componist actief. Zo schreef hij o.a. voor het Nationale Toneel, Vocaal ensemble Venus, Teatro Munganga, Irama Legong, Springdance Festival, Zeeland Nazomer Festival, de opera 'De Tasmaanse Tijger' voor Buffo Operamakers en voor enkele korte films.
Tevens maakte hij met het Rosa Ensemble en vertaler August Willemsen de inmiddels op CD verschenen voorstelling Diepe Wildernis (1998). Naast Rosa werkte hij met o.a. componist Harry de Wit, Eric Vloeimans, Hans Dagelet, choreografe Nanine Linning, het Xenakis Ensemble en zijn cosmojazzband Donskoy. In 1997 richtte hij De Bonte Koe op, een centrum voor muziek-, theater- en filmmakers in Utrecht. Cross is artistiek leider van het Rosa Ensemble, een hedendaags elektro/akoestisch ensemble. In 2000 verscheen de tweede CD van Rosa ‘Troubling for sugar’ waarop nieuw werk van o.a. Cross. In maart 2002 presenteerde hij de nieuwe Rosa-voorstelling ‘Midden op de weg’, gebaseerd op Nederlandse muziek en Zuid-Amerikaanse literatuur. Voor de Gelderse Muziekzomer maakte hij zijn eerste regie: 'De IJzergieterij' (2003), een beeld en geluid-event in de oude DRU-fabriek in Ulft. Bij Het Nationale Toneel verzorgde hij de muziekregie voor Oresteia (2006). 2004 stond in het teken van Captain Beefheart. Rosa maakte rondom deze blues-legende de voorstelling 'Selling Hoovers in Mojave' die in mei 2005 op CD is verschenen als een van de eerste uitgaven van het nieuwe platenlabel Bonte Koe Records. Op dit label verscheen in april 2006 de CD The Blind Spot, eveneens van het Rosa Ensemble en met muziek van Cross.
Daniel Cross is door zijn interesse in andere kunstvormen zoals theater, film en beeldende kunst steeds op zoek naar samenwerkingen met andere makers en festivals, zowel als regisseur en als componist. Veel van deze projecten doet hij onder de naam THE DONSKOY INSTITUTE OF CHANGE.